24 april 2026 Genovesa
Na een nacht flink doorvaren, ruim 140 kilometer, zijn we rond 06.15 uur aangekomen bij het eiland Genovesa. Het is een voormalige vulkaan die al is gezakt en waarvan een stukje van de rand is ingestort waardoor we voor anker gaan in de krater zelf.
Genovesa ligt in het Noord-oosten van de Galapagos, is 14 km2 en het hoogste punt is 64 meter. Het is een oude schildvulkaan. Een lange en platte krater werd langzaam opgebouwd door opeenvolgende lavastromen totdat een kant van de caldera instortte en zeewater binnendrong. We gaan dan ook voor anker in de vulkaan en worden omringd door de hoefijzervormige kraterwand. Op Genovesa wonen geen mensen maar des te meer vogels. Zo huist hier de grootste kolonie roodvoet Boobys met maar liefst 140.000 broedparen.
Om half zeven staan we klaar om te gaan snorkelen want er is een grote kans op hamerhaaien en dat is wel heel gaaf.
We laten ons uit de dingy vallen en zwemmen naar de wand. Hier stoot Sonja haar hoofd tegen een overhangende lava rots (au maar verder gelukkig niets). Wel even terug gezwommen naar de dingy om te laten controleren of ik geen wond of zo had. Het blijft raar om te zwemmen en te weten dat er dichtbij ook haaien (in dit geval hamerhaaien) in de buurt zwemmen.
Diep onder ons zien we ze zwemmen de Galapagos Hamerhaai (Hammerhead Shark, Sphyma Lewni). De hamerhaai dankt zijn naam aan zijn T-vormige kop. Deze is in de vorm van een hamer. De ogen bevinden zich aan weerszijden van de kop van de hamer. Hierdoor kunnen ze goed om zich heen kijken. De hamerhaai is ernstig bedreigd en het is ook absoluut geen garantie dat we hem zouden zien maar wij hadden mazzel dat we toch drie exemplaren hebben gezien.
In de diepte zien we ook nog een andere haaiensoort langszwemmen.
Naast hamerhaaien zien we schildpadden en vele kleurige visjes. Erg lekker wakker worden zo.
Een onderwater-selfi.
Dan weer aan boord, even het zout van je lijf spoelen, aankleden en ontbijten.
Na het ontbijt varen we naar Prince Philips steps (El Barranco). Prince Philip is hier ook geweest en hier is deze landing spot naar vernoemd. In de rotsen zijn traptreden uitgehakt en zo klimmen we tussen de rotsen naar boven.
Bovenaan lopen we door lage struiken en overal zien we de Red Footed Boobies.
De snavel van de Red Footed Booby is ook fantastisch gekleurd.
Ook zien we de eerste Fregatvogels met hun rode keelzak.En dat was zeker een van de targets die we graag wilden zien hier. Nou, dat is in ieder geval gelukt.
De Grote fregatvogels (Great Frigatebird, Fregata minor) zijn makkelijk te herkennen. Zwart van kleur (met een groene metallic achtige glans) en als ze vliegen zie je duidelijk hun gevorkte staart ze hebben een lange gebogen snavel. Het mannetje heeft een rode keelzak. Tijdens het paarseizoen wordt deze zak opgeblazen als een ballon.
De rest van het jaar hangt deze als een leeggelopen ballon onder zijn snavel.
De vrouwtjes hebben een opvallende witte borst en buik in tegenstelling tot de mannetjes die volledig zwart zijn. De oogring van het vrouwtje is roze/rood terwijl dat bij het mannetje helemaal zwart is. Zou de oogring blauw zijn dan is het een andere soort nl. de gewone fregatvogel. Blijkt het dus dat beide soorten hier te vinden zijn want op onderstaande foto heeft het vrouwtje een blauwe oogring.
Het mannetje bouwt het nest en zodra dat klaar is moet hij een vrouwtje zien te vinden. Dit is nog niet zo makkelijk omdat er heel veel fregatvogels zitten. Elke mannelijke vogel blaast zijn felrode keelzak op met lucht. Hij spreidt zijn vleugels en wijst met zijn hoofd naar de lucht terwijl het met zijn snavel rammelt. De vrouwtjes zweven boven de nesten en kiezen een mannetje uit.
Vervolgens wordt er één ei gelegd en het jong wordt de eerste drie maanden verzorgd door het mannetje en daarna nog eens negen maanden door het vrouwtje. Ze eten inktvis, vis, kwallen en krabben. Het vliegen kost ze heel weinig moeite waardoor ze lang zonder voedsel kunnen.
De fregatvogels hebben maar een hele kleine klier (welke olie afscheidt) om hun vleugels waterafstotend te maken hierdoor duiken ze niet het water in want dan zouden ze kunnen verdrinken. Hun jachtmethode is dat ze heel hoog gaan vliegen en als ze dan zien dat een andere soort vogel iets heeft gevangen zullen ze die aanvallen en het voedsel afpikken. Dit is ook de reden dat ze als bijnaam de 'Piratenvogel' hebben.
Als ze zelf al iets vangen dan moet het al iets zijn wat zich aan de oppervlakte van het water bevindt.
Ze kunnen een spanwijdte van 229 cm hebben bij een gewicht van 1 tot 1.5 kilo. Hierdoor zijn er vogels gevolgd welke wel 56 dagen zonder rust vlogen. Ze zweven op warme luchtstromen zonder met hun vleugels te hoeven slaan. Ze kunnen de helft van hun hersenen uitschakelen waardoor ze ook kunnen slapen in de lucht.
We wandelen een heel stuk over de voormalige krater rand en zien verschillende vogels soms zelfs slapend op het pad. Dus het is goed uitkijken waar je loopt.
Op een meer open gedeelte zoeken we naar de Galapagos-velduil (Short eared owl, Asio Flammeus Galapagoensis).
En we hebben mazzel want we vinden er een die onder een struik uit de zon zit. Ze jagen hier op de Storm Petrolbirds maar deze zit mooi geposeerd al is het lastig hem goed in beeld te krijgen.
Een stuk verder zit er een in het open veld, maar ver weg dus ook lastig in beeld te krijgen.
Het is bloedheet en het briesje is erg fijn om iets af te koelen.
De Roodsnavelkeerkringvogel (Red-billed tropicbird, Phaethon aethereus) vliegt hier ook rond.
De Blue Feeted Booby.
In de struiken zit nog een Grote Grondvink (Large Ground Finch, Geospiza magnirostris) deze soort is endemisch voor de Galapagos. Deze heeft een extreem grote, korte dikke zwarte snavel.
We lopen via hetzelfde pad weer terug naar de trappen en de rubberboten brengen ons weer terug naar de Grand Majestic.
Waar een heerlijke koele drank voor ons klaar staat met vers fruit en wat chips. We komen weer helemaal bij. 's Middags was er de mogelijkheid om te kajakken of suppen maar we zijn aan boord gebleven.
We hebben vanochtend al veel zon gehad en aan het einde van de middag gaan we nog naar Darwin's Bay. Een mooi strandje waar ook weer veel vogels zitten. Een 'wet'-landing weer wat inhoudt dat de dingy achteruit richting het strand vaart en je dus je benen buitenboord gooit en in de branding uitstapt. Altijd spannend omdat we ook de camera's mee hebben.
Langs het strand groeien ook allemaal struiken en in die struiken zitten weer heel veel fregatvogels.
We lopen eerst een rondje en zien veel vogels. Waaronder de Nazca Boobys maar ook de Red footed Boobys die druk bezig zijn met het verzamelen van nestmateriaal.
Ze trekken de slingerplanten uit de grond en vliegen er mee naar de rotswand.
Verderop zitten heel veel mannelijke Fregatvogels met hun opgeblazen keelzak te gillen zodra er een vrouwtje langs vliegt.
Bij sommigen zit al een vrouwtje. Die zijn dus al voorzien.
In de bomen/struiken die hier staan zitten ook veel Boobys verstopt we vinden er één met jong (een kleine witte pluizen bol).
Verderop net naast de lage begroeiing zien we nog een Nazca Booby met een wat groter jong.
Ze blijven gewoon rustig zitten terwijl we langslopen.
Ook de andere vogels hebben het voorjaar in hun hoofd.
Dan weer terug naar het strand waar we de flippers aan trekken en nog even snorkelen. Er zitten hier ook weer zeeleeuwen,
ook nog een heel kleintje.













































